Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Onder 5.14 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2145.

Met betrekking tot de overige verzoeken van de vrouw (vervangende toestemming tot verhuizing en tot inschrijving van [de minderjarige] op de school in [woonplaats a] alsmede een verklaring voor recht ingevolge artikel 1:26 BW betreffende de uitspraken van de Russische rechters) geldt het volgende. De vrouw heeft in eerste aanleg geen van deze verzoeken ingediend. Het betreft dus nieuwe zelfstandige verzoeken in hoger beroep, waarvan de indiening op grond van het bepaalde in artikel 362 Rv niet mogelijk is. De uitzondering hierop voor nevenvoorzieningen bij een echtscheidingsprocedure ex artikel 827, eerste lid, Rv, geldt hier niet, nu de betreffende verzoeken van de vrouw geen nevenvoorzieningen betreffen, terwijl de Nederlandse rechter bovendien niet bevoegd is om van het echtscheidingsverzoek van de man kennis te nemen. Het hof zal de vrouw derhalve niet-ontvankelijk verklaren in deze verzoeken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01, en de alinea staat in dat document op bytes 34903 tot 35827.