Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018

Onder 3.21 Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2313.

Gelet op de functie van de jaarrekening als financieel verantwoordingsinstrument ten behoeve van het maatschappelijk verkeer dient het begrip “ de juridische vorm ” naar het oordeel van de Ondernemingskamer in die zin te worden uitgelegd, dat uit het vermogensrecht voortvloeiende verplichtingen worden verantwoord als onderdelen van het vreemd vermogen van de rechtspersoon. Gelet op de essentiële functie van de afbakening van eigen vermogen en vreemd vermogen wordt alleen op die wijze recht gedaan aan het door art. 2:362 BW vereiste inzicht in het vermogen en het resultaat dan een zuiver goederenrechtelijke uitleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080ed7fefe069458f8c507af5d05f0747935c9139f796441692fa0a8e6657662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080ed7fefe069458f8c507af5d05f0747935c9139f796441692fa0a8e6657662, en de alinea staat in dat document op bytes 59980 tot 60653.