Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018
Onder 3.25 Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2313.
De toepasselijkheid van voormeld artikel 5 lid 23 impliceert dat de rechtspositie van Eneri ten opzichte van GGN Brabant vanaf het tijdstip van de obligatoire overeenkomst tot inkoop, die is van een verstrekker van vreemd vermogen. Uit die bepaling vloeit immers voort dat het niet uitbetaalde deel van de koopsom wordt omgezet in een geldlening. Dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de (modaliteiten van de) te sluiten lening, doet daaraan niet af. De omstandigheid dat de aandelen nog niet zijn geleverd, doet daaraan evenmin af. De leveringshandeling ter uitvoering van de leveringsverplichting (en daarmee de overdracht van de certificaten) hangt immers van niets anders af dan van het tot stand komen van een voor partijen aanvaardbare leningsovereenkomst “ onder marktconforme voorwaarden ”, waartoe de Participantenovereenkomst noopt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/080ed7fefe069458f8c507af5d05f0747935c9139f796441692fa0a8e6657662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 080ed7fefe069458f8c507af5d05f0747935c9139f796441692fa0a8e6657662, en de alinea staat in dat document op bytes 62341 tot 63249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/080ed7fefe069458f8c507af5d05f0747935c9139f796441692fa0a8e6657662 | shasum -a 256