Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018

Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:239.

Ter toelichting op de eerste grief heeft [appellant] gesteld dat zowel uit de bewoordingen als de strekking van art. 30 Wpr jo. de CID-regeling 1995 blijkt dat in die bepaling een verschoningsrecht besloten ligt. [appellant] heeft daarbij onder meer gewezen op de tekst van de bepaling en het gesloten systeem van de Wpr. Dat gesloten systeem van verstrekking van gegevens is opgenomen in de artikelen 14 tot en met 19 Wpr en het Besluit politieregisters (hierna Bpr). Dit betekent dat een specifieke basis vereist is voor de verstrekking van de hier bedoelde gegevens. De Wpr noch het Bpr bieden basis voor verstrekking van deze gegevens aan derden, zoals [verweerder] , ten behoeve van civiele procedures. Het gesloten systeem van verstrekking van gegevens zou volledig worden ondermijnd wanneer er in artikel 30 Wpr geen verschoningsrecht besloten zou liggen. Het verschoningsrecht kan uiteraard slechts toekomen aan een beperkte groep van personen die vanwege de aard van hun maatschappelijke functie verplicht zijn tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid wordt toevertrouwd. Daar is voor wat betreft CID-informatie aan voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 12660 tot 13824.