Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018
Onder 3.4.2 Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:239.
Het hof leidt hieruit af dat ingeval een wet in formele zin daartoe verplicht, de geheimhoudingsplicht opzij kan worden gezet. De hiervoor door de wetgever genoemde voorbeelden zijn kennelijk (ook) niet limitatief bedoeld (gezien het woord “bijvoorbeeld” in de hiervoor aangehaalde zin), zodat het hof aan de stelling van [appellant] , dat het (thans relevante) artikel 165 lid 1 Rv, dat de verplichting tot getuigen in civiele zaken bestrijkt, daarbij niet expliciet is genoemd en derhalve niet als voorbeeld van een wet in formele zin is te beschouwen, voorbij gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 20025 tot 20610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9 | shasum -a 256