Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018
Onder 3.4.3 Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:239.
De tweede grief heeft betrekking op de vraag of niettemin gelet op de aard van de vragen in dit geval een ‘incidenteel verschoningsrecht’ dient te worden aangenomen in het licht van de uitgangspunten zoals genoemd door de Hoge Raad in het hiervoor onder rov. 3.3 genoemde arrest van 22 december 1989, te weten dat een afweging van belangen dient plaats te vinden, waarbij de belangen waarop de verplichting tot geheimhouding is gericht dienen te worden geplaatst tegenover het zwaar wegende belang van de waarheidsvinding in een burgerlijk proces.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 20810 tot 21375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42439849c6980df18798e05827849995188f5423ceafb8bd8c64d9c83154bdb9 | shasum -a 256