Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 juli 2018
Alinea 29 Gerechtshof Amsterdam 31 juli 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2829.
Het hof acht het aannemelijk dat de gestolen kluis van [benadeelde 1], die door haar is herkend, de kluis is die is aangetroffen in de nabijheid van de auto van de verdachte op hetzelfde terrein in Midwoud. Het enkele feit dat de gestolen kluis eerst maanden na de pleegdatum bij de auto van de verdachte is aangetroffen, beschouwt het hof, anders dan de raadsman en gelet op de andere bewijsmiddelen, niet als een toevallige samenloop van omstandigheden. Het ontbreken van vingerafdrukken en/of DNA sporen op de kluis kan voorts verband houden met het tijdsverloop tussen het dumpen en het aantreffen van de kluis. De ontkenning van de verdachte dat hij het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en het door hem geschetste alternatieve scenario, acht het hof ongeloofwaardig. De verdachte heeft bij de politie niets verklaard over ene ‘[naam 1]’ van wie hij het verhaal over de diefstal zou hebben gehoord. Dat de verdachte hier destijds over heeft gezwegen, heeft, aldus de verdachte, te maken met het feit dat hij – de verdachte – ‘geen vriendje’ van de politie zou zijn. Men hoeft echter niet ‘bevriend’ met de politie te zijn teneinde zijn onschuld tegenover de politie kenbaar te maken. Voorts had het op de weg van de verdachte gelegen ‘[naam 1]’ op te roepen als getuige teneinde zijn ontkenning kracht bij te zetten – hetgeen de verdachte niet heeft gedaan. Dat de verdachte een dergelijke oproeping ‘te gevaarlijk’ vond omdat [naam 1] deel uitmaakt van een motorclub, acht het hof niet aannemelijk. Deze vermeende angst is niet te rijmen met de zeer gedetailleerde wijze waarop [naam 1] het verhaal over de diefstal, volgens de verdachte, hem uit de doeken heeft gedaan. Voorts heeft de verdachte jegens [naam 2], blijkens een tussen hen opgenomen gesprek, zeer gedetailleerd verklaard over de diefstal, in welk gesprek door verdachte is gezegd dat er een geldbedrag van (ongeveer) € 30.000,00 in de kluis lag. Ter terechtzitting heeft de verdachte bevestigd dat zijn stem op de geluidsopname te horen is en dat hij zijn uitspraken heeft gedaan onder invloed van cocaïne en GHB. Anders dan de verdachte echter kennelijk meent, staat dergelijk middelengebruik niet aan het vertellen van de waarheid in de weg en kunnen de door de verdachte gedane mededelingen jegens [naam 2] alleen van de dader van de diefstal afkomstig zijn (daderwetenschap). Het betoog van de raadsman dat [naam 3] in zijn verklaring bij de raadsheer-commissaris de suggestie heeft gewekt dat hijzelf de inbraak heeft gepleegd, acht het hof onvoldoende concreet en staat in schril contrast tot de gedetailleerde informatie die [naam 3] op een eerder moment, op 3 december 2013, met de politie heeft gedeeld. Laatstgenoemde verklaring wordt op essentiële onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals (onder meer) de verklaringen van aangeefster alsmede het opgenomen gesprek van de verdachte. Dat [naam 3], en niet de verdachte, de diefstal heeft gepleegd acht het hof, gelet op de eerdere verklaringen van [naam 3] op 3 december 2013, dan ook niet aannemelijk. Het hof verwerpt de bewijsverweren van de raadsman.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2b252663b64a9e6b27a96a612b74dd156a2f9ad140e5c57b8c453ed541dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2b252663b64a9e6b27a96a612b74dd156a2f9ad140e5c57b8c453ed541dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 10560 tot 13707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d2b252663b64a9e6b27a96a612b74dd156a2f9ad140e5c57b8c453ed541dd2f | shasum -a 256