Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018

Onder 3.1 Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3753.

In deze procedure heeft [geïntimeerde] in eerste aanleg, kort samengevat weergegeven, gevorderd te verklaren voor recht dat de notariële akte en de daarin genoemde vordering rechtsgeldig is en [appellant] te veroordelen tot betaling van de in die akte genoemde vordering. De rechtbank heeft de vorderingen van [geïntimeerde] afgewezen vanwege het ontbreken van processueel belang. [geïntimeerde] beschikt immers reeds over een titel ter zake van haar vordering waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland niet geweigerd kan worden. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [appellant] met zijn grieven op. [geïntimeerde] voert aan dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep omdat zij geen wijziging van het dictum beoogt, en bestrijdt voorts de grieven. In voorwaardelijk incidenteel appel, voor het geval het hof [appellant] ontvankelijk acht in zijn hoger beroep en één of meer van de grieven gegrond acht, komt [geïntimeerde] tegen de beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering van de rechtbank op met één grief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2bf0fac05aa00bef2caabe126a142e44150c97f1a963dfa98ca80f9f7089601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2bf0fac05aa00bef2caabe126a142e44150c97f1a963dfa98ca80f9f7089601, en de alinea staat in dat document op bytes 15522 tot 16621.