Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018

Onder 3.14 Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4103.

Met betrekking tot het procesgedrag van [A] overweegt de Ondernemingskamer als volgt. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding te bepalen dat het enquêteverzoek door [A] niet op redelijke grond als bedoeld in artikel 2:350 lid 2 BW is gedaan, gezien het rauwelijks ontslag van [A] als bestuurder van [B] en het feit dat de door [A] gevraagde informatie deels eerst na indiening van het onderhavige verzoekschrift is verschaft, een en ander mede gelet op de terughoudendheid die de Ondernemingskamer bij de beoordeling op dit punt in acht moet nemen. De Ondernemingskamer verwijst in dat verband naar het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM. Terzijde merkt de Ondernemingskamer nog op dat de proceshouding van beide kanten – waaronder de in 2.31 genoemde vordering in kort geding van [E] en [D] – niet bijdraagt aan het creëren van zodanige verhoudingen dat een constructieve oplossing van de thans bestaande situatie kan worden gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b2eddb2f128b293a0bc935aac280ef92618ad407864cbef03dfa6a222fc998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b2eddb2f128b293a0bc935aac280ef92618ad407864cbef03dfa6a222fc998, en de alinea staat in dat document op bytes 51566 tot 52567.