Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018

Onder 3.4.2 Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4272.

In het principale beroep, gericht tegen de afwijzing van de vergoeding in de kosten van de woning, heeft de Hoge Raad overwogen dat indien het oordeel van het hof aldus moet worden verstaan dat het aan de vrouw een gebruiksvergoeding heeft toegekend ter hoogte van haar aandeel in de aan de woning verbonden lasten, het buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden. Indien het hof heeft bedoeld te oordelen dat het beroep van de man op artikel 3:172 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is dat oordeel onvoldoende gemotiveerd. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat het hof kennelijk in aanmerking heeft genomen dat de man het uitsluitend gebruik van de woning had. Aangezien tussen partijen niet in geschil is dat de man de woning niet bewoont en ook niet heeft bewoond, is dit zonder nadere motivering onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902, en de alinea staat in dat document op bytes 14768 tot 15634.