Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018
Onder 4.4 Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4272.
De inhoud van hetgeen als rekening en verantwoording mag worden verlangd, wordt telkens bepaald door de aard van de rechtsverhouding die verplicht tot het zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te rechtvaardigen, alsmede de omstandigheden van het gegeven geval (HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994: ZC1561, NJ 1995/548). In het onderhavige geval is van belang artikel 1:90 lid 3 BW, waarin staat dat de bepalingen omtrent opdracht van overeenkomstige toepassing zijn, met inachtneming van de aard van de huwelijksverhouding en de aard der goederen. Artikel 7:403 lid 2 BW bepaalt dat de opdrachtnemer aan de opdrachtgever verantwoording doet van de wijze waarop hij zich van de opdracht heeft gekweten. Heeft de opdrachtnemer bij de uitvoering van de opdracht ten laste van de opdrachtgever gelden uitgegeven of te diens behoeve gelden ontvangen, dan doet hij daarvan rekening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902, en de alinea staat in dat document op bytes 24084 tot 25003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902 | shasum -a 256