Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018
Onder 4.5 Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 november 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4272.
Voor zover de vrouw heeft betwist dat de ING Bank de door de man als productie 7 bij de brief van 14 december 2017 overgelegde facturen heeft goedgekeurd, gaat dit verweer evenmin op. De vrouw heeft deze stelling niet nader (met stukken) onderbouwd en de man heeft deze stelling van de vrouw gemotiveerd betwist en toegelicht hoe de ING Bank in dezen te werk is gegaan, te weten dat de ING Bank geen betalingen heeft verricht zonder goedkeuring, terwijl in de brief van de ING Bank over de beëindiging van het depot (productie 8) staat vermeld dat “uit het depot rekeningen voor de bouw of verbouwing van uw huis werden voldaan”. Dat sprake is van betalingen uit het bouwdepot, blijkt uit de afname van de omvang van dat depot. Wel is het hof gebleken dat een aantal door de man (als productie 7 bij zijn brief van 14 december 2017) overgelegde facturen weliswaar is opgenomen in zijn overzicht van betalingen uit het depot, maar niet is voorzien van een stempel van de ING Bank waaruit de ontvangstdatum en betaaldatum door de ING Bank blijkt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de facturen over 2007. Ter zitting heeft de man toegelicht dat de ING Bank in eerste instantie niet tot volledige betaling van de door hem ingediende facturen tot een bedrag van € 11.256,62 is overgegaan, maar dat in 2008 alsnog aanvullende betaling heeft plaatsgevonden. Dat de ING Bank in 2007 inderdaad niet tot volledige betaling van de ingediende facturen is overgegaan, blijkt uit het feit dat volgens het jaaroverzicht 2007 met betrekking de hypothecaire geldlening met nummer [lening 11] het depot slechts met een bedrag van € 7.575,08 is afgenomen. Dit bedrag komt ook overeen met het door de ING Bank opgeschreven bedrag op de door de man overgelegde “Aanvraag tot betaling uit het depot Hypotheken”, dat volgens de stempel op 22 juni 2007 door de ING Bank is ontvangen. In hoeverre het verschil tussen het door de man opgenomen bedrag en het door de ING Bank uitbetaalde bedrag alsnog in 2008 is uitbetaald, is voor het hof niet na te gaan. Wel blijkt uit het door de man overgelegde “Aanvraag tot betaling uit het depot Hypotheken”, dat volgens de stempel op 3 april 2008 is ontvangen, dat een verzoek is gedaan tot betaling van € 18.572,95. Dit bedrag is ook daadwerkelijk door de ING Bank uitbetaald, hetgeen blijkt uit het feit dat de schuld van de hypothecaire geldlening met nummer [lening 11] in 2008 met hetzelfde bedrag is toegenomen. De vrouw heeft derhalve de stelling van de man dat de door hem als productie 7 overgelegde facturen door de ING Bank zijn goedgekeurd onvoldoende gemotiveerd betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902, en de alinea staat in dat document op bytes 25966 tot 28594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffb731eb1aeae61fe73758694b91f403364548b222a5421ea657f46312f0e902 | shasum -a 256