Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Onder 3.4 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4462.

Uit art. 3:52 lid 1, aanhef en onder d BW in samenhang met art. 1:89 lid 1 BW volgt dat de rechtsvordering tot vernietiging van een overeenkomst wegens het ontbreken van de krachtens art. 1:88 BW vereiste toestemming verjaart na drie jaren gerekend vanaf het moment waarop deze bevoegdheid tot vernietiging aan de echtgenoot van wie de toestemming was vereist, ten dienste is komen te staan. Ingevolge art. 3:52 lid 2 BW kan, na verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging een overeenkomst niet meer op dezelfde vernietigingsgrond buitengerechtelijk worden vernietigd. De verjaringstermijn gaat lopen op het tijdstip waarop de betrokken echtgenoot daadwerkelijk bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomst. Voor zover [appellant] in zijn grief 3 omtrent het voorgaande een ander standpunt heeft verdedigd gaat dat betoog niet op. Het hof wijst in dat verband op het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1866).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973, en de alinea staat in dat document op bytes 9570 tot 10531.