Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Onder 3.6 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4462.

Het hof ziet aanleiding eerst de grieven 2 en 4 te behandelen. Met grief 2 beroept [appellant] zich onder verwijzing naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018) op de stuitende werking van de collectieve procedure die de Stichting Eegalease en de Consumentenbond bij dagvaarding van 13 maart 2003 tegen Dexia aanhangig hebben gemaakt. Met grief 4 betoogt hij dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewijsvermoeden niet is ontzenuwd, zodat niet is komen vast te staan dat zijn echtgenote vóór 13 maart 2000, dat is drie jaar voor genoemde dagvaarding, daadwerkelijk bekend was met de leaseovereenkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973, en de alinea staat in dat document op bytes 11699 tot 12386.