Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018
Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4462.
De Hoge Raad besliste in zijn arrest van 9 oktober 2015 (onder meer) dat de stuitende werking op de voet van art. 3:316 lid 1 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich uitstrekt tot de verjaring van op die collectieve actie aansluitende individuele vorderingen tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens art. 1:89 BW. Een dergelijke buitengerechtelijke vernietigingsverklaring heeft bovendien te gelden als een nieuwe eis in de zin van art. 3:316 lid 2 BW. Ten slotte besliste de Hoge Raad dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring, die wordt uitgebracht voor het tijdstip waarop de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken, tijdig is uitgebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973, en de alinea staat in dat document op bytes 12465 tot 13195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973 | shasum -a 256