Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Onder 3.9 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4462.

Het hof gaat ook voorbij aan de stelling van Dexia dat de stuitende werking van de collectieve actie niet van toepassing is op de leaseovereenkomsten I, II en III omdat deze zijn aangegaan op respectievelijk 30 mei 1997, 25 maart 1998 en 30 september 1999, terwijl de (door de rechtbank afgewezen) collectieve vordering (B) waar het hier volgens Dexia om gaat, strekt tot een verklaring voor recht dat, zakelijk weergegeven, leaseovereenkomsten die met Dexia zijn gesloten in de periode 29 januari 2000 tot en met 1 mei 2002 zonder dat de niet handelende echtgenoten daarin hebben toegestemd vernietigd zijn althans vernietigbaar zijn op grond van het bepaalde in art. 1:88 BW. Dexia ziet er echter aan voorbij dat in de collectieve procedure ook een verklaring voor recht is gevorderd dat op door Dexia aangeboden leaseovereenkomsten het bepaalde in de artikelen 1:88 en 1:89 BW van toepassing is. Deze (door de rechtbank toegewezen) vordering (A) is niet beperkt tot de leaseovereenkomsten die in bepaalde jaren zijn gesloten en ziet derhalve ook op onderhavige leaseovereenkomsten. De uitspraak van 9 oktober 2015 kan niet zo worden begrepen dat alleen vordering B, en niet vordering A, van de collectieve actie stuitende werking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d3cf49bd8c609d9f526371c490720a40ff7b7db7890b5080f04c23800c1973, en de alinea staat in dat document op bytes 14269 tot 15521.