Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Onder 3.6 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4468.

Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat in de verklaringen en de overgelegde stukken voldoende aanknopingspunten te vinden zijn voor het oordeel dat [appellante] erin is geslaagd het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De echtelieden hebben op hoofdlijnen eensluidend en consistent verklaard over de wijze waarop de financiële huishouding binnen hun gezin was geregeld: beiden hadden een en/of-rekening waarop hun salaris werd gestort en zij beheerden ieder hun eigen rekening. De gemeenschappelijke uitgaven werden gedaan van de en/of-rekening van [appellante] , waarvan ook Dexia werd betaald. [X] bemoeide zich nooit met de gemeenschappelijke financiën en bekeek ook enkel de bankafschriften van zijn eigen rekening, om te kijken of zijn salaris was gestort. Voorts kan op grond van de getuigenverklaringen en de in het geding gebrachte stukken, ook in onderling verband en samenhang bezien, niet worden vastgesteld dat [X] vóór 13 maart 2000 daadwerkelijk op de hoogte was van het bestaan van de leaseovereenkomst. De omstandigheid dat de echtelieden hebben verklaard dat [X] van meet af aan op de hoogte was van het feit dat [appellante] een overeenkomst was aangegaan en van het feit dat er maandelijks een bedrag van 250,00 gulden werd ingelegd, betekent niet dat hij wist dat [appellante] een leaseovereenkomst met Dexia had gesloten. In dat verband is van belang dat niet is komen vast te staan dat [X] wist dat [appellante] de overeenkomst was aangegaan met Dexia. Dexia voert verder nog aan dat [X] van begin af aan op de hoogte van de looptijd van de overeenkomst die [appellante] was aangegaan, maar - wat daar verder van zij - daaruit kan niet de bekendheid van [X] met de leaseovereenkomst met Dexia worden afgeleid. Voor het overige heeft Dexia in eerste aanleg en in hoger beroep ter onderbouwing van de door haar gestelde bekendheid van [X] gewezen op verschillende omstandigheden, maar deze argumenten betreffen vooral veronderstellingen. Nu door Dexia geen voldoende concrete feiten zijn aangevoerd die - indien bewezen - tot een ander oordeel kunnen leiden, dienen de door haar gedane bewijsaanbiedingen als niet ter zake dienend te worden gepasseerd. Met het voorgaande slagen de grieven 1 en 3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be78ea96b9518d7c93d8ee54a855edb24af9ed0755c182a553ef0e9ebbf1167d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be78ea96b9518d7c93d8ee54a855edb24af9ed0755c182a553ef0e9ebbf1167d, en de alinea staat in dat document op bytes 11674 tot 13918.