Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018
Onder 1.2. Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:448.
De verdediging is van mening dat een deel van de afpersingsgelden, te weten € 2.433.095,38, buiten beschouwing moet worden gelaten nu dit bedrag in de vennootschapsstructuur van de veroordeelde is gebleven dan wel rechtstreeks van die vennootschapsstructuur naar derden is overgemaakt. De verdediging is voorts van mening dat het vermogen van de veroordeelde door het ontvangen van de gelden op de bankrekeningen van hem en/of zijn bedrijven niet is toegenomen nu de veroordeelde deze gelden diende te bewaren voor [andere veroordeelde] . Tegenover de inkomsten ten gevolge van de door [slachtoffer] overgemaakte gelden staat dan dus een vordering van [andere veroordeelde] voor een totaalbedrag van € 17.068.165,75, die juridisch mogelijk niet (meer) afdwingbaar is, maar die [andere veroordeelde] al dan niet onder dwang op enig moment zal opeisen. Gelet hierop dient het voordeel uit witwassen van gelden afkomstig van [slachtoffer] op nihil te worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4024249e581cf6b0e9c6eb6593cbabe961844e638c34ca7e7fb0436bdc26be4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4024249e581cf6b0e9c6eb6593cbabe961844e638c34ca7e7fb0436bdc26be4d, en de alinea staat in dat document op bytes 11171 tot 12151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4024249e581cf6b0e9c6eb6593cbabe961844e638c34ca7e7fb0436bdc26be4d | shasum -a 256