Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 december 2018

Onder 3.11 Gerechtshof Amsterdam 11 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4571.

Op grond van artikel 7:683 lid 3 BW kan het hof in hoger beroep, indien het oordeelt dat het verzoek van de werknemer om vernietiging van de opzegging ten onrechte is afgewezen, de werkgever op verzoek van de werknemer veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. [appellant] heeft het hof verzocht Dräger te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht per 17 maart 2016, althans per een zo vroeg mogelijke datum. Nu het hof oordeelt dat van een dringende reden geen sprake is geweest, snijdt het door Dräger tegen het herstel van de arbeidsovereenkomst gevoerde verweer dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen, geen hout. Omdat bovendien vast staat dat [appellant] vanaf 17 maart 2016 volgens zijn behandelaars abstinent is en Dräger tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft verklaard dat er geen ‘hard beletsel’ bestaat tegen de terugkeer van [appellant] in zijn functie van magazijnmedewerker, acht het hof het enkele tijdsverloop na het ontslag op staande voet onvoldoende om te oordelen dat het herstel van de arbeidsovereenkomst van [appellant] niet in de rede ligt. Dit betekent dat het hof het verzoek van [appellant] om Dräger te veroordelen tot het herstel van de arbeidsovereenkomst zal toewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7a6cedcd8d2be4359579a4bff41c7f25913ae16efdab42500244ace649a9105. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7a6cedcd8d2be4359579a4bff41c7f25913ae16efdab42500244ace649a9105, en de alinea staat in dat document op bytes 30660 tot 32030.