Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018

Onder 3.5 Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4610.

De verdediging heeft overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het deel van de vordering dat ziet op de kosten van de rekenkundige. De verdediging heeft in dit verband aangevoerd dat de benadeelde partij de post verlies aan verdienvermogen heeft ingetrokken. De verzochte vergoeding ziet dan ook op kosten gemaakt ter vaststelling van een schadepost die niet meer aan de orde is. Bovendien zijn de kosten nodeloos gemaakt zodat er ook geen ruimte is voor vergoeding op basis van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek. Evenmin kunnen deze kosten onder proceskosten vallen als bedoeld in artikel 241 van het Wetboek van Rechtsvordering. Wat betreft de gevraagde vergoeding van het horloge is het standpunt ingenomen dat nu niet of in elk geval onvoldoende de eigendom van het horloge vaststaat en evenmin niet of in elk geval onvoldoende kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 1] het horloge op 5 november 2015 droeg, in combinatie met de onduidelijkheden die er bestaan over de wijze van het verlies van het horloge, de benadeelde partij ook ten aanzien van deze gevorderde schadevergoeding niet ontvankelijk moet worden verklaard. Tot slot heeft de verdediging verzocht de gevorderde immateriële schadevergoeding te matigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fe8563adefec8e9ba6cca0d2ee41b0407f09d2b9b13c38597981ca8b769aa96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fe8563adefec8e9ba6cca0d2ee41b0407f09d2b9b13c38597981ca8b769aa96, en de alinea staat in dat document op bytes 168055 tot 169388.