Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018

Onder 3.2.1 Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4610.

Het proces-verbaal van verdenking van 28 augustus 2015 maakt er evenwel melding van dat “ [verdachte 1] , [verdachte 2] en [verdachte 3] mogelijk betrokken zijn bij mogelijk voorbereidende handelingen voor het plegen van een liquidatie”. Indien en voor zover uit dit proces-verbaal van verdenking moet worden afgeleid dat de verdenking meer algemeen, op de liquidatie van in ieder geval een persoon , was gericht, overweegt het hof dat de op 28 augustus 2015 beschikbare informatie een redelijk vermoeden van schuld opleverde dat de verdachte een strafbare betrokkenheid had bij de voorbereiding van een liquidatie. Het is juist dat in zekere zin sprake is van een dubbeltelling in het proces-verbaal van verdenking, in die zin dat de controle op 27 augustus 2015 als zelfstandige bron van verdenking naast het afschermproces-verbaal is vermeld, terwijl - zoals hiervoor overwogen - het afschermproces-verbaal juist mede is gebaseerd op die controle. Dat kan aan de raadsman worden toegegeven. Maar dat maakt voorgaande gevolgtrekking niet anders. Er bestaat ook geen grond voor het oordeel dat de rechter-commissaris niet in redelijkheid tot het afgeven van de machtigingen voor de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden had kunnen komen. Daarom is geen sprake van een vormverzuim.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fe8563adefec8e9ba6cca0d2ee41b0407f09d2b9b13c38597981ca8b769aa96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fe8563adefec8e9ba6cca0d2ee41b0407f09d2b9b13c38597981ca8b769aa96, en de alinea staat in dat document op bytes 31400 tot 32857.