Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018

Onder 3.6. Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:476.

Kromme Leek c.s. wijzen er terecht op dat een debiteur in beginsel gehouden is om de door hem aangegane financiële verplichtingen na te komen. Mede in het licht daarvan kan niet worden aanvaard dat het enkele feit dat een zodanige nakoming/betaling door de vennootschap plaatsvindt terwijl de handelende (indirect) bestuurder weet dat het faillissement van de vennootschap is aangevraagd reeds meebrengt dat deze zich jegens de overige schuldeisers schuldig maakt aan een onrechtmatige daad. Daartoe zijn bijkomende omstandigheden vereist waarbij met name kan worden gedacht aan een samenspanning tussen de betrokken bestuurder en schuldeiser met als oogmerk deze laatste boven andere schuldeisers te bevoordelen, dan wel een betaling waarbij de bestuurder direct of indirect persoonlijk baat heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e89b37598ef0ca1f2fe7092911072542d8958309fe00d9cf679c73546b1ed36b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e89b37598ef0ca1f2fe7092911072542d8958309fe00d9cf679c73546b1ed36b, en de alinea staat in dat document op bytes 18498 tot 19311.