Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 februari 2018

Onder 3.4.3 Gerechtshof Amsterdam 20 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:577.

Het hierboven genoemde geheel van overeenkomsten sluit de mogelijkheid in dat na beoordeling van al deze overeenkomsten in een bodemprocedure vorderingen van BRI op Middenmeer blijken te bestaan en vatbaar blijken te zijn voor verrekening met haar schuld aan Middenmeer. Dat betekent, nu het geheel van verplichtingen over en weer uit al deze overeenkomsten zich in dit kort geding niet goed laten beoordelen, dat niet kan worden geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat het thans gevorderde bedrag van € 98.000,-, ook al is dat bedrag slechts ongeveer de helft van het uitgeleende bedrag, per saldo verschuldigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d07fbdbbac45679987f37c2d4ce9396ef708ae74849ef6149d31d51a5d3d7a43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d07fbdbbac45679987f37c2d4ce9396ef708ae74849ef6149d31d51a5d3d7a43, en de alinea staat in dat document op bytes 14011 tot 14646.