Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 maart 2018

Alinea 29 Gerechtshof Amsterdam 7 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:748.

De verdachte heeft op een moment na 20 december 2015 met het slachtoffer een gesprek gehad in haar ouderlijke woning. In die woning was ook haar zus [naam 7] aanwezig. Zij hoorde dat de verdachte tegen het slachtoffer zei dat hij haar terug wilde en dat het slachtoffer antwoordde dat hij een antwoord zou krijgen, maar dat zij tijd nodig had. De verdachte heeft toen gezegd dat dat zij een maand de tijd zou krijgen en dat hij, als hij binnen een maand geen antwoord kreeg, haar dood zou maken. Minder dan een week voor de dood van het slachtoffer heeft de verdachte haar gezegd, in aanwezigheid van hun dochter [naam 1] , dat hij haar nog enkele dagen gaf om bij hem terug te komen en dat dat hij haar anders dood zou maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc57febd722e1e1c1a8d85757dc3afb7bb747fbcc2c344603a3f8779d63d6e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc57febd722e1e1c1a8d85757dc3afb7bb747fbcc2c344603a3f8779d63d6e7, en de alinea staat in dat document op bytes 12243 tot 12982.