Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018
Onder 2.2 Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:799.
Voorts heeft het hof overwogen dat het hof ambtshalve dient te beoordelen of art. 10 van de Voorwaarden 1997 oneerlijk is in de zin van de Richtlijn. Omdat de rechtsstrijd tussen partijen daarop geen betrekking heeft gehad, heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover, mede in het licht van het hiervoor genoemde arrest van 21 maart 2013 en van het arrest van het HvJ van 26 februari 2015 in de zaak C-143/13 (Matei) zich daarover alsnog uit laten en, zo nodig, hun stellingen daaraan aan te passen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b0fcedad196ee9e91ee3089c515965d95d9c3e1eb1d098ad5bdab22e8f161. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b0fcedad196ee9e91ee3089c515965d95d9c3e1eb1d098ad5bdab22e8f161, en de alinea staat in dat document op bytes 8651 tot 9182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/388b0fcedad196ee9e91ee3089c515965d95d9c3e1eb1d098ad5bdab22e8f161 | shasum -a 256