Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Onder 3.3 Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:804.

Het hof gaat eerst in op het preliminaire verweren van Deutsche Bank dat [persoon 1] niet tijdig heeft geprotesteerd in de zin van artikel 6:89 BW en dat de vorderingen van de [appellanten] op de Bank zijn verjaard. Zie in dat verband ook grief 1 van de [appellanten] die gericht is tegen rov. 4.1 van het bestreden vonnis waarin de rechtbank overweegt dat het verweer van de Bank dat niet tijdig is geprotesteerd zou slagen en het verweer dat de vordering is verjaard mogelijk eveneens, maar dat het slagen van deze (formele) verweren voor de uitkomst van de procedure van ondergeschikt belang is omdat de vorderingen van de [appellanten] ook op inhoudelijke gronden moeten stranden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f, en de alinea staat in dat document op bytes 22211 tot 22909.