Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:804.

Het Fonds is op 6 december 2006 gefailleerd. Met het (dreigende) faillissement van het Fonds is [persoon 1] daadwerkelijk bekend geworden met de schade, omdat onzeker was of de participaties in het Fonds nog iets laat staan voldoende zouden opbrengen. Voorts had [persoon 1] toen ook voldoende zekerheid dat de schade was veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van HBU, die, zo stellen de [appellanten] , [persoon 1] binnen de vermogensbeheerrelatie de participaties in het Fonds had geadviseerd en hem had meegedeeld dat het verlies niet hoger kon zijn dan 18,3% van de inleg. Het enkele feit dat schade optreedt die veel hoger is dan de door de Bank genoemde 18,3% van de inleg, is in die omstandigheden al voldoende om [persoon 1] het vereiste inzicht te geven dat hij schade heeft geleden waarvoor hij de Bank aansprakelijk kan stellen. Anders dan de Bank [persoon 1] had voorgehouden, bleek immers dat geen sprake was van een solide belegging. Daar komt nog bij dat in de Nieuwsbrief van 5 november 2004 ook is vermeld dat de Bank het verwijt wordt gemaakt dat zij op de hoogte was van onregelmatigheden bij SBC, dat zij ten onrechte niet heeft ingegrepen of het Fonds heeft gewaarschuwd en dat in dat kader het Fonds HBU heeft gedagvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f, en de alinea staat in dat document op bytes 29516 tot 30788.