Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:804.

Eind 2006 is derhalve de verjaringstermijn gaan lopen. Anders dan de [appellanten] in de conclusie van repliek onder 272 betogen, staat het feit dat de Bank heeft nagelaten (de erven) [persoon 1] ‘van haar beroepsfouten te verwittigen’ niet aan een beroep op verjaring in de weg. Hetgeen de [appellanten] verder nog aanvoeren staat evenmin aan een beroep op verjaring in de weg. De conclusie is dat het verjaringsverweer slaagt. Ten tijde van de aansprakelijkstelling van 5 augustus 2013 was de vordering reeds verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34da3a63ca070123e3e67c9068328e34c7b9be4ca085fce232aa93b6dfcce5f, en de alinea staat in dat document op bytes 31305 tot 31842.