Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018

Onder 4.4.4. Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:83.

In het arrest BNB 2015/174 is overwogen dat het, gegeven de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt, voor een inbreuk op artikel 1 EP niet voldoende is dat het rendement van bepaalde bezittingen structureel blijft beneden vier percent van het daarin geïnvesteerde bedrag, ook niet indien de bezittingen van de belastingplichtige in box 3 vooral uit dergelijke bezittingen bestaan (r.o. 2.3.2); in deze zin ook r.o. 2.5.2 van het arrest BNB 2016/177. Deze overwegingen houden naar het oordeel van het Hof niet in dat bij de beoordeling van de haalbaarheid van het forfaitair rendement van vier percent bezien moet worden wat voor een lange reeks van jaren het rendement is op (een mix van) alle categorieën van (gangbare) particuliere beleggingen, waaronder met name spaartegoeden, obligaties, aandelen en onroerend goed. Uit – onder meer – het onder 4.4.3 aangehaalde citaat van de parlementaire behandeling leidt het Hof af dat de wetgever bij de vaststelling van de hoogte van het forfaitair rendement voor ogen heeft gehad dat dat rendement haalbaar moet zijn voor een particuliere belegger die weinig risico wenst te nemen. Beleggingen in aandelen en onroerende zaken passen niet in dat profiel. Voor de beoordeling van de hiervoor bedoelde haalbaarheid zal het Hof zich derhalve oriënteren op beleggingen in spaarrekeningen, staatsleningen en staatsobligaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 78254 tot 79685.