Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018
Onder 4.4.4. Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:83.
4.4.5.1. In het rapport van de Commissie Van Dijkhuizen (hierna ook: het rapport) is helder uiteengezet wat onder nominaal rendement en reëel rendement is te verstaan (zie onder 2.4). Tot een nominaal rendement behoort ook een inflatiecomponent (indien en voor zover er inflatie is). Een reëel rendement is uitsluitend het rendement dat draagkrachtvermeerderend is; dat wil zeggen met eliminatie van een (eventueel) inflatiebestanddeel. Volgens het rapport berust het bij invoering van de vermogensrendementsheffing vastgestelde percentage van 4% op een inschatting van een risicovrij reëel rendement dat men geacht werd gemiddeld over een langere periode eenvoudig te kunnen behalen. In het rapport is dit geadstrueerd met een verwijzing naar een verslag van een algemeen overleg van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer van 15 december 1999; hierin is het volgende vermeld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 79736 tot 80658.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4 | shasum -a 256