Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018

Onder 4.4.11. Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:83.

Aan de vraag of hier sprake is van een zodanige schending van de fair balance op regelniveau dat dit niet zonder gevolgen kan blijven voor de aan belanghebbende opgelegde aanslag, komt het Hof evenwel niet toe. Naar het oordeel van het Hof houden de hiervoor vermelde aan de wetgever toekomende beoordelingsmarge en de rechtsstatelijke positie die wetgever en rechter ten opzichte van elkaar innemen in, dat de wetgever enige tijd moet worden gegund om in een situatie die op zichzelf een schending inhoudt van artikel 1 EP, daaraan een einde te maken. Nu bovendien de vermogensrendementsheffing met ingang van 1 januari 2017 is gewijzigd, teneinde tegemoet te komen aan bezwaren tegen de hoogte van het bij invoering van de Wet vastgestelde forfaitair rendement, en de vraag of die wijziging adequaat is de omvang van het geschil in de onderhavige zaak te buiten gaat, ligt het naar het oordeel van het Hof niet op zijn weg om in de onderhavige zaak in de geconstateerde schending te voorzien. Het Hof zal de aanslag derhalve in stand laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0e94d8f7686dbc65b0aaa1e5f3f8fbcf465592a5f963b686fe4ba66f2ca9f4, en de alinea staat in dat document op bytes 93109 tot 94166.