Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018

Onder 4.2. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:856.

Belanghebbende heeft op zichzelf met juistheid aangevoerd dat regelmatig afgegeven EUR.1-certificaten, blijkens het arrest HvJ 9 februari 2006, gevoegde zaken C-23/04 tot en met C-25/04 (Sfakianakis AEVE tegen Elliniko Dimosio), geldig blijven zolang zij niet zijn ingetrokken of vernietigd door de bevoegde administratieve of rechterlijke autoriteiten van de staat van uitvoer. In zijn arrest van 15 december 2011, zaak C-409/10 ([Y] Deutschland GmbH) heeft het Hof van Justitie evenwel gepreciseerd dat regelmatig afgegeven EUR.1-certificaten hun geldigheid ook verliezen indien uit een door de Europese Commissie (OLAF) uitgevoerde onderzoeksmissie blijkt dat deze ten onrechte zijn afgegeven, mits (1) het onderzoek op uitnodiging van de staat van uitvoer is verricht en (2) de staat van uitvoer ondubbelzinnig schriftelijk verklaart de resultaten van het door OLAF verrichte onderzoek over te nemen. In casu zijn notulen met die strekking namens Jamaica ondertekend op 23 maart 2005 (zie feiten rechtbank, punt 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46, en de alinea staat in dat document op bytes 48548 tot 49581.