Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Onder 4.6. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:856.
Anders dan belanghebbende betoogt staat de mogelijkheid dat er ook zendingen zijn geweest die (geheel of gedeeltelijk) daadwerkelijk van preferentiële Jamaicaanse oorsprong waren, er niet aan in de weg dat alle EUR.1-certificaten ongeldig worden verklaard indien – zoals in het onderwerpelijke geval – achteraf niet meer kan worden vastgesteld of (en zo ja, in hoeverre) er zendingen zijn geweest die van Jamaicaanse oorsprong waren. Wanneer bij een controle achteraf de oorsprong van de in een EUR.1-certificaat vermelde goederen niet kan worden bevestigd, moet immers volgens vaste rechtspraak worden geconcludeerd dat deze goederen van onbekende oorsprong zijn en dat de EUR.1-certificaten en het preferentiële tarief derhalve ten onrechte zijn toegekend (vgl. meergenoemd arrest [Y] Deutschland GmbH, punten 44 en 55 en de aldaar aangehaalde rechtspraak).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46, en de alinea staat in dat document op bytes 55982 tot 56861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46 | shasum -a 256