Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Onder 4.16. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:856.
Een schending van het verdedigingsbeginsel leidt tot vernietiging van het bestreden besluit als het besluitvormingsproces van de douaneautoriteiten zonder schending een andere afloop zou kunnen hebben gehad. Voor dit oordeel is voldoende te bewijzen dat wanneer de schending niet had plaatsgevonden degene tot wie de uitnodiging is gericht, een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de uitnodiging tot betaling van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. De rechter dient een en ander te beoordelen aan de hand van de specifieke feitelijke en juridische omstandigheden van het geval (HR 16 september 2016, nr. 15/01894, ECLI:NL:HR:2016:2077). Indien een inbreng een juridische stelling betreft dient beoordeeld te worden of deze stelling zodanig hout snijdt dat deze tot een andere afloop had kunnen leiden (HR 9 oktober 2015, nr. 13/01275, ECLI:NL:HR:2015:2989).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46, en de alinea staat in dat document op bytes 63697 tot 64681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46 | shasum -a 256