Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Onder 4.18. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:856.
De inspecteur heeft er op gewezen dat hij ten tijde van het opleggen van de UTB’s niet over genoemde stukken beschikte, omdat zij geen deel uitmaken van het door hem op 2 november 2005 ontvangen missierapport. Daarnaar gevraagd heeft de inspecteur verklaard dat hij de verklaring van [werknemer X] “halverwege 2006” heeft ontvangen. De rapporten van JAMPRO en de voormelde vertrouwelijke notulen (gedagtekend 2 februari 2006, derhalve na uitreiking van drie van de vier UTB’s) zijn niet van de inspecteur afkomstig. Belanghebbende heeft deze stukken verkregen van het advocatenkantoor Van Bael & Bellis, als bijlage bij een door laatstgenoemd kantoor ingediend beroepschrift met dagtekening 29 januari 2009 (Gerecht, zaak T‑38/09, El Corte Inglés). Hieruit volgt dat, zo belanghebbende in de gelegenheid zou zijn gesteld om vóór het uitreiken van de UTB’s het dossier van de inspecteur in te zien, zij meergenoemde stukken daarin niet zou hebben aangetroffen, zodat de door haar gestelde inbreng niet mogelijk was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46, en de alinea staat in dat document op bytes 66249 tot 67295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46 | shasum -a 256