Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018

Onder 4.20. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:856.

Gelet op het vorenoverwogene heeft belanghebbende naar ’s Hofs oordeel niet aannemelijk gemaakt dat indien een voorprocedure in acht zou zijn genomen en zij daarbij vooraf het dossier had kunnen inzien, zij een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de UTB’s van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. Hieruit volgt dat ook indien zou moeten worden geconcludeerd dat het verdedigingsbeginsel is geschonden, dit niet leidt tot vernietiging van de bestreden UTB’s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8ea63e14e7d8c47529d34acb1a0087929fbab9abb96b9a9c57f0f47d603e46, en de alinea staat in dat document op bytes 68505 tot 69094.