Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Onder 4.2.10. Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:87.
Artikel 6:15, derde lid, Awb is met ingang van 1 april 2002 bij de inwerkingtreding van de Eerste evaluatiewet Awb (Wet van 24 januari 2002, Stb. 2002, 53) verruimd. Op grond van het sindsdien geldende voorschrift is het tijdstip van indiening van het bezwaarschrift bij het onbevoegde bestuursorgaan bepalend voor het antwoord op de vraag of belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. In de memorie van toelichting is over de laatstgenoemde criterium onder meer het volgende opgemerkt ( Kamerstukken II 1998/99, 26 523, nr. 3, blz. 6):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 43677 tot 44393.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e | shasum -a 256