Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018

Onder 4.2.11. Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:87.

“Er resteren nog twee vragen. Allereerst de vraag van de heer Van der Staaij over artikel 6:15. (…) De heer Van der Staaij vraagt zich af, of het nu niet te veel naar de andere kant doorslaat, omdat iemand het dan expre[s] bij het verkeerde orgaan kan indienen en derde belanghebbende daartegen bezwaar kunnen hebben. Dat bezwaar van de heer Van der Staaij ligt een beetje voor de hand. Daarom wilden wij het oorspronkelijk op dezelfde manier regelen als vroeger het geval was, maar uit de evaluatie is gebleken dat het eigenlijk niet voorkomt dat het verkeerd wordt ingediend of dat men probeert het op een verkeerde manier te doen. Door het op de nu voorgestelde manier te doen, wordt de regeling eenvoudiger. Voor die gevallen waarin men het expre[s] verkeerd doet, is een vangnetclausule opgenomen. Als er sprake is van misbruik van procesrecht, geldt die eerste datum van indiening bij een onbevoegd orgaan niet. Dan geldt de regeling dat het op tijd op de goede plaats binnen moet zijn. Op die manier kan misbruik worden voorkomen en wordt de regeling veel eenvoudiger en meer burgervriendelijk.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 45553 tot 46674.