Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Onder 4.2.20. Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:87.
Het standpunt van de gemachtigde (zie 2.15) dat het Hof niet ambtshalve kan oordelen dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in de zin van artikel 6:15, derde lid, Awb wordt verworpen, aangezien het berust op een onjuiste rechtsopvatting. De ontvankelijkheidsvraag en daarmee de reikwijdte van de doorzendverplichting betreft immers een vraag van openbare orde, waarbij het Hof bevoegd en verplicht is de rechtsgronden ambtshalve aan te vullen (artikel 8:69, tweede lid, Awb). Daar komt bij dat de heffingsambtenaar in dat kader heeft gesteld (zoals vermeld onder 4.2.2) dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat daarbij de handelwijze van de gemachtigde in andere zaken moet worden meegewogen. Het Hof verstaat dit verweer als een beroep op de uitzondering genoemd in artikel 6:15, derde lid, Awb.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 59870 tot 60724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e | shasum -a 256