Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Onder 2.15. Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:87.
“Hoe ben ik aan het onderhavige faxnummer gekomen? Dat is gegaan via het Wob-verzoek [ Wet openbaarheid van bestuur ] inzake [persoon A] . [persoon A] was een klant van mij in een Wob-zaak. Ik wijs in dit verband op de brief d.d. 5 augustus 2013 van de gemeente Haarlem aan [persoon A] [ Hof: zoals vermeld onder 2.11 ]. In die brief is een faxnummer [ Hof: het onderhavige faxnummer ] van de gemeente Haarlem vermeld. Als ik een dergelijke brief ontvang, dan verwerk ik het faxnummer direct in mijn correspondentie-systeem. Voordat ik het bezwaarschrift aan dit nummer heb gefaxt, heb ik het nummer gegoogeld en op die manier op internet gepubliceerde brieven van de gemeente Haarlem gevonden waaruit bleek dat dit nummer nog steeds in gebruik was bij de gemeente; ik verwijs naar de door mij overgelegde bewijsstukken. Ik maak van dat nummer niet systematisch gebruik, ik gebruik het weinig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 22685 tot 23693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f61de1098c4436c9168b8aff952fefae925d5460014abac805ab409b2c702d0e | shasum -a 256