Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 maart 2018
Onder 2 Gerechtshof Amsterdam 13 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:889.
Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft de raadsman primair, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte niet wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat het van misdrijf afkomstige goederen betrof. Het feit dat de verdachte de politie toestemming heeft gegeven om zijn woning te doorzoeken, vormt een contra-indicatie voor enige vorm van wetenschap. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat met betrekking tot het apparaat in de slaapkamer van de verdachte ten hoogste schuldheling bewezen kan worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd869e38e9d099c2ecec8fa220ace501fedaf8d9111a9747a66a5bf11d9b88e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd869e38e9d099c2ecec8fa220ace501fedaf8d9111a9747a66a5bf11d9b88e8, en de alinea staat in dat document op bytes 14375 tot 14916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd869e38e9d099c2ecec8fa220ace501fedaf8d9111a9747a66a5bf11d9b88e8 | shasum -a 256