Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1101.

In de procedure tussen [X] en Dexia die tot het vonnis van 27 februari 2013 heeft geleid, heeft [X] gevorderd voor recht te verklaren dat de leaseovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd en Dexia te veroordelen tot terugbetaling aan hem van al hetgeen door hem uit hoofde van de leaseovereenkomst aan Dexia is betaald. De grondslag van deze vordering was, evenals in de onderhavige procedure, dat [Y] die leaseovereenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd op de voet van artikel 1:88 jo. 1:89 BW. Na het horen van getuigen, waaronder [Y] , is de kantonrechter in de eerdere procedure tot het oordeel gekomen dat de vernietiging door [Y] niet tijdig is geschied, omdat het bewijsvermoeden dat [Y] eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief van 1 juli 2005 kennis heeft gekregen van het bestaan van de leaseovereenkomst door de getuigenverklaringen niet is ontzenuwd. Vervolgens heeft de kantonrechter in het vonnis van 27 februari 2013 het beroep op verjaring van Dexia geslaagd geacht en om die reden de vordering van [X] afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4, en de alinea staat in dat document op bytes 13723 tot 14770.