Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Onder 3.11 Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1101.

Opmerking verdient dat deze uitspraak betrekking had op vorderingen die voortvloeien uit een erfrechtelijke gemeenschap. De Dexia-zaken verschillen in zoverre daarvan dat lid 5 van artikel 1:89 BW bepaalt dat de niet-handelende echtgenoot alle uit de nietigheid voortvloeiende rechtsvorderingen kan instellen. Dit heeft tot gevolg dat het niet uitmaakt welk huwelijksgoederenregime van toepassing is. De niet-handelende echtgenoot kan de uit de nietigheid voortvloeiende vordering tot restitutie instellen, ook als de leaseovereenkomst niet valt in een gemeenschap van goederen. De vraag is dan ook of hetgeen door de Hoge Raad in de erfrechtelijke kwestie is beslist van overeenkomstige toepassing is als de leaseovereenkomst niet in een gemeenschap valt en daarnaast of de beschermingsgedachte van artikel 1:88 BW daaraan in de weg staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4, en de alinea staat in dat document op bytes 21508 tot 22361.