Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Onder 3.13 Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1101.

1. Dienen de genoemde vorderingen te worden beschouwd als vorderingen die zijn ingesteld ten behoeve van de gezamenlijke echtgenoten, zodat de daarop gegeven beslissingen die zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis bindende kracht hebben voor beide echtgenoten, dus ook voor de echtgenoot die niet als formele procespartij is opgetreden, zodat zij beiden als partij in de zin van artikel 236 Rv moeten worden beschouwd, of verzet de beschermingsgedachte van artikel 1:88 BW zich daartegen?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e5151dcf4545a5be18e0c67e4645cf161eac85c0ff67638dd877b544b4965b4, en de alinea staat in dat document op bytes 25684 tot 26202.