Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019

Onder 3.4 Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1957.

Het hof gaat evenals de rechtbank ervan uit dat de verzoeken van [appellante] van 25 januari 2016 en van 13 januari 2017 zijn aan te merken als verzoeken in de zin van artikel 36 lid 1 Wbp en dat ING die verzoeken heeft beantwoord op 6 februari 2016 respectievelijk 27 januari 2017. [appellante] had ingevolge artikel 46 lid 2 Wbp binnen zes weken na ontvangst van die antwoorden een verzoek als het onderhavige moeten indienen. Dat heeft zij niet gedaan, Het inleidende processtuk dateert immers van 23 mei 2017. De termijnoverschrijding betekent in beginsel dat [appellante] in haar verzoek niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe, en de alinea staat in dat document op bytes 14059 tot 14706.