Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019
Onder 3.5 Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1957.
[appellante] doet dit verzoek zowel in eerste aanleg als in hoger beroep evenwel mede steunen op een feit dat zich heeft voorgedaan nádat zij haar genoemde verzoeken aan ING had gericht, namelijk het feit dat zij de openstaande vordering inmiddels op 12 januari 2018 aan ING heeft voldaan. [appellante] had vanwege dit nieuwe feit een nieuw verzoek aan ING kunnen richten. Dit had te meer voor de hand gelegen omdat ING blijkens haar antwoorden van 2 februari 2016 en 27 januari 2017 bij het weigeren van de verzoeken uitdrukkelijk heeft meegewogen dat haar vordering uit de kredietovereenkomst nog niet was voldaan. Uit de proceshouding van ING in deze procedure volgt echter dat zij een desbetreffend verzoek opnieuw zou hebben afgewezen. Het voert daarom te ver om van [appellante] te verlangen alsnog een nieuw verzoek in te dienen uitsluitend om een weigering uit te lokken en daarmee een nieuwe termijn voor het indienen van een verzoek bij de rechtbank te verkrijgen. Het hof zal gelet daarop het onderhavige verzoek van [appellante] om proceseconomische redenen wel inhoudelijk behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe, en de alinea staat in dat document op bytes 14785 tot 15907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe | shasum -a 256