Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019
Onder 3.6 Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1957.
[appellante] klaagt in de eerste plaats erover dat ING in strijd met artikel 30 van het reglement haar niet tijdig en schriftelijk heeft gewaarschuwd dat een betalingsachterstand zou worden geregistreerd bij het BKR. ING heeft aangevoerd dat zij [appellante] wel schriftelijk heeft gewaarschuwd en heeft ter onderbouwing daarvan een uitdraai overgelegd van een brief van 21 augustus 2013 die zij zou hebben verzonden aan het haar bekende adres van [appellante] . Het hof is van oordeel dat ING met deze productie voldoende heeft onderbouwd dat zij een brief inhoudende een waarschuwing als bedoeld in artikel 30 van het reglement aan [appellante] heeft verzonden. [appellante] heeft daar geen gemotiveerde betwisting tegenover gesteld. Zij heeft evenmin aangevoerd dat het adres op de brief onjuist is. Het hof gaat dan ook voorbij aan haar klacht. Het hof merkt daarbij nog op dat artikel 30 van het reglement geen nadere eisen stelt aan de schriftelijke mededeling zoals, bijvoorbeeld, een aangetekende verzending.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe, en de alinea staat in dat document op bytes 15986 tot 17025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28caeb494ab638727b6ca639a31be47e65b11eae99947b2264e3ad7d1052a2fe | shasum -a 256