Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019

Onder 3.1. Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2829.

De oud-notaris stelt zich op het standpunt dat weliswaar de wettelijke appeltermijnen zijn overschreden, maar dat hij niettemin ontvankelijk is in het hoger beroep, omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hij stelt daartoe dat hij aanvankelijk geheel onkundig was van de beslissingen van de kamer van 19 augustus 2016 en 22 augustus 2016 waarbij in de laatste beslissing voor het eerst een honorarium werd vastgesteld voor de waarneming van zijn notarisambt. In het kader van de totstandkoming van deze beslissingen had de oud-notaris overeenkomstig het bepaalde in artikel 101 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) moeten worden opgeroepen en gehoord. Dit is nooit gebeurd. De bestreden beslissingen zijn nooit naar hem verzonden, althans zij hebben de oud-notaris nooit bereikt. De oud-notaris is pas op 29 augustus 2018, respectievelijk 4 september 2018, bekend geworden met deze beslissingen na bestudering van de processtukken in een tegen hem door de notaris en de KNB aanhangig gemaakte civiele procedure. Op dat moment moest nog het gehele dossier worden bestudeerd. Onder de gegeven omstandigheden is vier weken na kennisname van de bestreden beslissingen een redelijke termijn om in hoger beroep te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df11b01a6d02d05e73ff589ee6d84bb60860997cb6891c09c09b9503c76fed41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df11b01a6d02d05e73ff589ee6d84bb60860997cb6891c09c09b9503c76fed41, en de alinea staat in dat document op bytes 10330 tot 11574.