Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019
Onder 4.1. Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2829.
De notaris, de KNB en het Voorzieningsfonds stellen zich op het standpunt dat de oud-notaris niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep, omdat de appeltermijnen tegen de uitspraken van de voorzitter ruimschoots zijn verstreken. Aangenomen moet worden dat de uitspraken van de voorzitter op correcte wijze naar de oud-notaris zijn verzonden en dat die hem in goede orde hebben bereikt. Voor zover er onduidelijkheid bestond omtrent het (post)adres van de oud-notaris lag het op de weg van de oud-notaris, die verantwoordelijk bleef voor (de waarneming van) zijn protocol, ervoor te zorgen dat zijn woon- of verblijfplaats bij de kamer bekend was. Het beroep van de oud-notaris op artikel 101 Wna faalt, aangezien artikel 101 Wna alleen geldt voor beslissingen van de kamer en niet voor beslissingen van de voorzitter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df11b01a6d02d05e73ff589ee6d84bb60860997cb6891c09c09b9503c76fed41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df11b01a6d02d05e73ff589ee6d84bb60860997cb6891c09c09b9503c76fed41, en de alinea staat in dat document op bytes 11791 tot 12637.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df11b01a6d02d05e73ff589ee6d84bb60860997cb6891c09c09b9503c76fed41 | shasum -a 256