Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Onder 3 Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:310.

Door het gebruik van de passage ‘kan leiden’ worden ook voorwaardelijke verplichtingen hieronder geschaard. De contractuele verplichting van de rechtspersoon tot de inkoop van zijn aandelen of certificaten geeft aanleiding tot een financiële verplichting ten bedrage van de contante waarde van het inkoopbedrag, zelfs indien de verplichting tot inkoop afhankelijk is van een tegenpartij die haar recht uitoefent om de eigen-vermogensinstrumenten te laten inkopen (bijvoorbeeld het recht om aan de rechtspersoon de eigen–vermogensinstrumenten van de rechtspersoon te verkopen tegen een vast bedrag; naar RJ 290.807). Het is dus denkbaar dat een contractuele bepaling die ziet op een voorwaardelijke toekomstige betaling leidt tot het opnemen van een verplichting in de jaarrekening, terwijl de tegenpartij zijn recht hierop op balansdatum nog niet heeft ingeroepen en dus in juridische zin nog geen ‘netto’-schuld bestaat. De opzegregeling leidt dus in beginsel tot een verplichting in de zin van RJ 290.8. Dat de betaling onder voorbehoud is van een uitkeringstoets doet daar niet aan af (RJ 290.804).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e003ea15c3795b3ed0e1ee02a9b8426a87c31ff0756cd85e16b2d67e32ff121c, en de alinea staat in dat document op bytes 58635 tot 59813.